36: Heb jij de juiste mensen in de bus?

image

Jim Collins schrijft in zijn boek ‘Good to great’ dat de juiste mensen bij elkaar brengen belangrijker is dan het juiste plan. Want het juiste team kan het plan bijsturen. Maar, wat is het juiste team? Hoe weet je of je de juiste mensen in de bus hebt?

Eigenlijk weet je nooit of je team optimaal is, maar wat je zeker niet wil is:

  • Groepsdenken: Is in het team alles gezapig en knikt iedereen ja? Dat is meestal geen goed teken. Zeker niet als er grote uitdagingen zijn. Zorg in het team voor genoeg verschillende invalshoeken en aanvullende perspectieven. Want zonder wrijving geen glans.
  • Politiek: Waneer eigen belang het wint van groepsbelang. Wanneer er verborgen agenda’s zijn en discussies niet open en eerlijk gevoerd worden.
  • Teamluiheid: Nemen de teamleden de gemaakte team afspraken serieus? Hoe irritant is het als een voetbalteamgenoot zonder afzeggen niet op de wedstrijd komt? Of je managementteamgenoot die de vergadering niet voorbereid? Of acties negeert? Wanneer ‘afspraak is afspraak’ een thema is gaat het vaak fout oo dit gebied.

Hoe zit dat met jouw team? Zijn het de juiste mensen? Doen ze samen de juiste dingen? Weet je hoe je het team beter maakt? Hoeveel tijd en aandacht geef je deze kritische succes factor?
Mijn persoonlijke conclusie: met meer aandacht voor mijn teams gaan de resultaten zeker verbeteren.

Advertisements

37: Succes is 20% inspiratie en 80% transpiratie…en dus?

Op mijn basis school was meneer Bookelmann het schoolhoofd. Stel je voor een kalende man met grijze baard. Met een donderende stem en gezet postuur. Een soort kruising tussen een katholieke broeder in pij en een Amerikaanse drill instructeur. Hij gaf les aan klas 6, wat nu groep 8 is. Hij zij altijd: succes is 20% inspiratie en 80% transpiratie.

In zijn klas kregen we wekelijks 50 werkwoord vervoegingen om in te vullen. Waarbij gold 1 fout een 6, 2 fout een 3 en 3 fout een nul. Alle scoren telde mee voor je rapport. 2000 keer oefenen en 98% goed. Spelling is nooit mijn sterke kant geweest, ik had daardoor een hekel aan deze oefeningen. Ben wel dankbaar dat ik het heb geleerd. Had vroeger ook een beetje een hekel aan meneer Bookelmann.

De laatste tijd krijg ik steeds meer begrip voor meneer Bookelman. Collega’s en klanten vragen me om inspiratie, wat ze echter nodig hebben is oefening. Of het nu een dagstart is of een kaizen workshop, die dingen moet je oefenen. En vaak. Net als bij werkwoordjes mag je bij workshops en dagstarts zelden fouten maken, want die tellen zwaar door. Dus 98% in een keer goed is een mooi streven. Dit soort kwaliteit niveau’s haal je alleen door te oefenen, te herhalen, te doen. Daarmee klink ik, nu even oubollig als ik toen meneer Bookelmann vond.

Het internet staat tegenwoordig bol van de inspiratie. De site www.TED.com is een soort inspiratie on demand. Maar wat ga ik dit jaar meer dan 2000 keer oefenen met 98% in een keer goed? Waar ga ik hard voor ploeteren? ….. Deze vragen voelen voor mij als de wekelijkse 50 werkwoord vervoegingen. Een opgave waar ik geen zin in heb. Had ik maar weer een meester, die me inspiratie geeft, en ook ouderwets laat zweten.

Stuur jij op data? Signalen of ruis?

De sales meeting is gestart. Het is gezellig en iedereen heeft er zin in. We hebben allemaal twee dagen vooraf 2 A4-tjes gekregen met de cijfers. We weten het aantal klanten per segment, geografische lokatie en product type. We zien de omzet, het aantal gesprekken, producten, cross sell, etc.. De vraag die voor ligt: “Wat gaan we doen om ons target te halen?”.

Na het lezen van het book “the Signal and the noise” van Nate Silver ben ik sceptisch geworden over hoe goed mensen zijn om echt te leren van data. In bedrijven wordt steeds meer gemeten en gestuurd op data. Gaan we er ook beter door werken? Worden targets daardoor ook betere voorspellingen van het werkelijk gehaalde resultaat?

Hieronder staan een aantal vragen die ik heb naar aanleiding van het boek.

Big data is nu de hype, echter meer data geeft meer risico’s op slechtere voorspellingen of slechter leren. De vraag die ik heb: “Hoe kunnen we voorkomen dat het big data vs. gezond boeren verstand wordt binnen bedrijven?”. Het gat tussen de controlers/ict-ers, degene die nu meestal veel data hebben, en de managers en medewerkers, degene met dagelijkse informatie die moeilijk te meten zijn, is nu vaak al heel groot.

Economen en politici blijken vaak erg slecht in het voorspellen van gebeurtenissen. Ze gebruiken de data om hun agenda te dienen. Ze hebben incentives om niet de werkelijkheid zo goed mogelijk weer te geven. Dat lijkt veel op managers in grote bedrijven. Wat is de implicatie als je managers ziet als een goede combinatie tussen econoom en politicus? Hebben externe consultants de rol die Nate suggereert in zijn google talk; objectieve politiek onpopulaire conclusies trekken?

Binnen mijn bedrijf hebben we ook steeds meer data. Wekelijks interpreteer ik die en stuur naar iedereen een conclusie en geef een suggestie voor bijsturing. Eerlijkheid gebied te zeggen dat ik eigenlijk iedere week hetzelfde zou kunnen suggereren. Het signaal fluctueert namelijk niet zo veel. Mijn vraag is daarom: “Sturen wij op signaal of ruis?”. En is deze sturing niet een ‘self fulfilling prophecy”?

Veel om over na te denken. Hoe gebruik jij data? En wordt je sturing er beter door? Ja, ik ben steeds sceptischer bij sales meetings. Wel mooi om te zien hoe data gebruikt kan worden om iedereen blij te maken en ter ondersteuning van elk verhaal.

 

39: Voer jij het ‘goede’ gesprek? Hoe doe je dat?

Een goed gesprek?

Met frisse tegenzin vulde ik het formulier in voor mijn functioneringsgesprek. Zoals altijd halverwege het jaar is het tijd voor een gesprek met 2 van mijn bazen. Tijd om te kijken hoe het staat met de voortgang van mijn resultaten en ontwikkeling. Al sinds mijn eerste baas me in 1999 mij m’n eigen beoordeling liet schrijven, heb ik een ambivalente verhouding tot ‘functioneringsgesprekken’ en ‘beoordelingsgesprekken’.

Ook dit keer werd mij verteld: “Het gaat om het ´goede’ gesprek, niet het formulier!”. Maar wat is een ‘goed’ gesprek? Gevoelsmatig weten we allemaal wat een goed gesprek is, maar leg het maar eens uit. Tot voor kort was mijn beste uitleg: “Het is net als een goede dans.”. Uit onderzoek van Alexander Pentland blijkt dat die beschrijving redelijk klopt. Kennelijk vinden mensen gesprekken ‘goed’ als de hoeveelheid wederzijdse invloed hoog en gelijk is.

Technisch gezien betekent dit dat de gesprekspartners hun spraak ritme en intensiteit aanpassen aan elkaar. Bijvoorbeeld door eerst enthousiast snel en luidruchtig de nieuwe plannen te bespreken om vervolgens rustig en bedachtzaam de risico’s in kaart te brengen. Wat je niet wil is, dat een gesprekspartner enthousiast snel en luidruchtig praat en de ander alleen rustig en bedachtzaam. Dat is als op elkaars tenen staan bij het stijl dansen.

Meestal gaat het op elkaar afstemmen binnen een gesprek goed en automatisch. Wat doe je als het niet lukt? Mijn laatste functioneringsgesprek verliep alles behalve soepel. Inhoudelijk was er niks mis mee, maar het was een dans waar veel en hard op elkaars tenen gestaan werd. De intentie om het ‘goede gesprek’ te voeren was er kennelijk wel, maar de afstemming niet. Wat was de oorzaak daarvan?

Achteraf zie ik drie hoofd oorzaken:

  1. Door de voorbereiding van het gesprek zat ik in een ander ´ritme´ dan  mijn gesprekspartners. Mijn focus was: “Wat ik had gedaan en de impact daarvan”, die van mijn gesprekspartners: “Hoe gaat het met het geheel en  hoe was mijn bijdrage daarin.”. Het lijkt een nuance, maar het verschil is dat ik naar de enkele violist luisterde en zij naar het hele orkest.
  2. De start van het gesprek verliep de afstemming niet goed. De vraag: “Wil jij beginnen of zullen wij beginnen?” heb ik verkeerd geïnterpreteerd. Ik heb daarna het ritme en intensiteit van het gesprek bepaald. Terwijl dat niet de uitnodiging was. Het voelt alsof ik mijn gesprekspartner over de dansvloer heb getrokken met de voetjes van de vloer in een wilde tango, terwijl die zich had voorbereid op een Wals.
  3. Last but not least. Ondanks dat het duidelijk was dat het gesprek niet liep, lukt het niet opnieuw af te stemmen. We bleven uit verbinding of te nauw verbonden, ondanks wederzijdse pogingen. Kennelijk werkt ons afstemmechanisme niet. Dat kwam weer mede doordat ik me inhoudelijk had voorbereid. En me daar op blind bleef starten.

Mijn conclusie: Zonder verbinding, geen gesprek. De kwaliteit van de verbinding (de afstemming) is van meer belang dan de kwaliteit van het signaal (de inhoud). Daar ga ik me vanaf nu nog meer in trainen. Wat kan jij doen om vaker het ‘goede gesprek’ te hebben?

40: Meten is weten?

De leugendetector, van de film kennen we hem denk ik allemaal wel. Bij gewone vragen is de uitslag van de grafiek laag, bij een leugen is de uitslag opeens heel hoog. Geen twijfel over mogelijk. Afgelopen wekend heb ik mezelf voor het eerst aan mijn eigen leugendetector gehangen. In de praktijk blijkt het minder simpel te werken dan in de film.

Eerst het goede nieuws, op basis van het e-health platform van cooking-hacks is het mij, met hulp van een zeer capabele vriend, binnen 2 uur gelukt om de metingen te doen. Het is bijzonder om te zien hoe makkelijk en goedkoop deze technologie is. Met de huidige trend is dit snel voor iedereen beschikbaar en toegankelijk. Meten is binnen kort geen uitdaging meer. Maar ‘weten’ we dan ook?

Het minder goede nieuws, zit hem in dat weten. Namelijk wat weet je precies als je iets meet. In het experiment van afgelopen weekend hebben we mijn Galvanic Skin Response gemeten. Ofwel een kortstondige reactie van de zweetklier op emoties. Wat bleek uit onze metingen?

Laat me beginnen om te vertellen dat ik het spannend vond om mijn nieuwe apparaatje aan de praat te krijgen. Echter de eerste metingen leken niet veel op te leveren. Ondanks de spanning, dus weinig zweet. Toen we uiteindelijke een basismeting kregen ging het experiment van start. De reactie op beelden uit Expandables 2 waren gering. Toen mijn vriend me heel enthousiast ging aanmoedigen was de uitslag duidelijk (van 3 naar 7). Toen mijn vrouw echter met haar vriendin thuis kwam van een avond schouwburg schoot de GSR naar een ongekend niveau van 10. Waarna ons experiment overging in vrolijke en minder serieuze metingen. Wat heb ik echter geleerd? Wat kunnen we nu weten?

Het eerste dat ik me realiseerde is dat de meting opeens snel omhoog schiet en dan langzaam weer naar een normaal niveau terugzakt. De piek omhoog is vaak binnen secondes. Terwijl het minuten duurt voordat het normale niveau weer bereikt wordt. Dat klinkt logisch, maar ik realiseer me dat nooit gedurende de dag. Volgens mij stapel ik gedurende de werkdag de ene piek op de andere. Wanneer komt mijn gestel weer in de rust stand? Daar ga ik op letten!

Ten tweede weet ik dat de ene emotie niet de andere is. Waar de filmbeelden me niks deden, was het gerinkel van de achterdeur en het vooruitzicht van mijn liefie genoeg om de grootste uitslag te geven. Maar kan je beelden van abstract geweld vergelijken met gevoelens voor je levens partner? Nee. Het een scoort 3,7 en het ander 10. Maar de emoties kan je niet vergelijken. Want hoe verhoudt 3,7 afschuw zich tot 10 liefde?

Tot slot ben ik er achtergekomen dat ik nu meer vragen heb gekregen dan antwoorden. Kortom, met nieuwe technologie kunnen we veel dingen meten, maar worden de er ook wijzer van? Wat zijn jouw ervaringen? Wat zou je willen meten om meer te kunnen weten?

41: Begin with the end in mind

Six pack

‘Ik wil ook een sixpack. Net zoals Ronaldo.’ zei mijn zoon. Als jongetje van tien demonstreerde hij de effectiviteit van het hebben van een duidelijk eind doel. Zoals Covey zegt: ‘Begin with the end in mind’ (Habit 2 van de 7 van effective mensen). Een duidelijk en geladen einddoel is cruciaal voor persoonlijke verandering. In teams wordt het nog belangrijker. Het is een van de belangrijke rollen die een manager heeft.  Uit het lean leiderschap onderzoek van Desiree blijkt dat goede lean leiders dat 11% in een overleg doen. Dat is minder dan goede gewone leiders (17%). Kennelijk is het belangrijk om een duidelijk beeld van de verwachtingen te hebben. Maar te veel en te duidelijke verwachtingen blokkeren.

Stel dat mijn zoon had gezegd: “Jij wil een sixpack, zoals Ronaldo.”. Bij mij is de specifieke toevoeging van Ronaldo demotiverend. Dat ga ik zeker nooit halen. Een sixpack is al uitdagend genoeg. Als de huidige isolatielaag weg is, dan zien we vanzelf wel wat er onder zit.

Het bovenstaande is een illustratie van wat “visioning” of “visie delen” genoeg is binnen het lean leiderschaps onderzoek. Genoeg is cruciaal. Want het moet duidelijk zijn waar we heen gaan. Echter de visie moet niet beperkend zijn. En ook niet te weinig. Ook hier is balans belangrijk. Let in een volgend overleg maar eens op hoe vaak je de stip aan de horizon zet. En wat het effect is op je team. Geeft het focus, duidelijkheid en motivatie? Of zoekt het team naar een gemeenschappelijk doel, inspraak en daadkracht? De juiste balans vinden is moeilijk en afhankelijk van veel factoren. Ter inspiratie een aantal voorbeelden:

  • “Stel je voor een auto die van de oost kust naar de west kust van de USA rijdt op 1 tank, waarbij de lucht schoner wordt en je uitgeruster aan komt dan bent vertrokken.”
  • Om de eerste te zijn die een man op de maan zet.
  • To provide the best customer service possible.
  • Verander trajecten met half de inzet van externe adviseurs en dubbel de impact.

Wat ik eruit leer is dat ‘visioning’ duidelijk richting moet geven en ruimte moet laten voor het team om maximaal bij te dragen. Als ik aan het eind van het jaar geen sixpack heb, kan ik altijd mijn zoon de schuld geven ;).

42: Een nieuw jaar, een nieuw begin

Gelukkig 2015

Het is weer de tijd van de goede voornemens. Een groot deel blijken we niet uit te voeren. Toch blijft het een grote aantrekkingskracht op me hebben. Uit onderzoek blijkt zelfs dat het delen van goede voornemens de kans van de uitvoering ervan verlaagt. Dat zou te verklaren zijn door het feit dat je al zoveel positieve feedback krijgt van alleen het voornemen, dat je het eigenlijk al niet meer echt hoeft te doen.

Ik hou daarom mijn voornemens voor dit jaar voor me. Wat ik wel wil delen is een aantal dingen waar ik zin in heb dit jaar.

Ten eerste heb ik zin in het onderzoek dat we samen met de Universiteit van Amsterdam gaan doen. Kan je een vergaderruimte zo intelligent maken dat hij de vergaderingen effectiever en efficiënter kan maken? Mede geïnspireerd door onderzoek aan MIT.

Ten tweede heb ik van coocking-hacks mijn eerste e-health platform binnen. Kijken of ik het aan de praat kan krijgen. Als dat lukt ben ik benieuwd wat mijn ‘digitale me’ me allemaal voor een inzichten gaat geven.

Ten derde, realiseer ik me dat ik een lange lijst heb van dingen die leuk en gaaf zijn. Misschien wil ik toch een voornemen gaan delen: “Ik ga dit jaar genieten van alle leuke dingen die ik ga doen, met leuke mensen.”.

Welke leuke of inspirerende dingen ga jij dit jaar doen? En welke dingen gaan we samen doen? Ik hoor graag van je.